Mazda 6: Richtingaanwijzers
Beweeg de richtingaanwijzerhendel naar beneden (voor een bocht naar links) of naar boven (voor een bocht naar rechts) tot aan de stopstand. Na het nemen van de bocht worden de richtingaanwijzers automatisch uitgeschakeld.
Als de indicator na het nemen van de bocht blijft knipperen, dient u de hendel met de hand in de uitgangspositie terug te zetten.
De richtingaanwijzerindicators in de
instrumentengroep gaan knipperen
overeenkomstig de bediening van de
richtingaanwijzerhendel en laten zien welk
signaal in werking is.
- Als een indicatielampje constant blijft branden zonder te knipperen of als het lampje abnormaal knippert, bestaat de kans dat de gloeilamp van een van de richtingaanwijzers doorgebrand is.
- Een gebruikersfunctie is beschikbaar voor het wijzigen van het geluidsvolume van de richtingaanwijzerindicator.
Richtingaanwijzers en signalen voor
rijbaanverandering
Voor gebruik van de richtingaanwijzer en het signaal voor rijbaanverandering moet het contact op ON staan. ...
Signalen voor rijbaanverandering
Beweeg de hendel halverwege in de richting van de rijbaanverandering - totdat de indicator gaat knipperen- en houd de hendel daar vast. Wanneer u de hendel loslaat, zal deze naar de uitgangsposit ...
Zie ook:
Mazda 6. Afstelling van de beeldkwaliteit
WAARSCHUWINGStel de beeldkwaliteit van de
achteruitkijkmonitor enkel af wanneer de auto stilstaat:
De beeldkwaliteit van de achteruitkijkmonitor niet tijdens het rijden
afstellen. Afstellen ...
Skoda Octavia. Routeberekening en start van de routegeleiding
Afb. 227 Alternatieve routes
De routeberekening gebeurt op basis van ingestelde routeopties. Deze
routeopties kunnen worden ingesteld: → Routeopties.
Alternatieve routes
Bij ingeschakelde ...