Seat Leon: Lichten en zicht
Lichtschakelaar
Afb. 36 Dashboard: lichtschakelaar.
- Schakelaar naar de gewenste stand draaien afb. 36.
Symbool | Contact uitgeschakeld. | Contact aan |
![]() |
Mistlampen, dimlicht en stadslicht uit. | Licht uit of daglicht ontstoken. |
![]() |
De oriëntatielichten "Coming home" en "Leaving home" kunnen branden. | Automatische regeling van het dimlicht en daglicht. |
![]() |
Stadslichten aan. | |
![]() |
Dimlicht uit | Dimlicht aan. |
Mistlampen: schakelaar naar het eerste
punt trekken, vanaf de standen
,
of
.
ß Mistachterlicht: volledig trekken aan schakelaar
vanaf de standen ,
of
.
- Mistlampen uitschakelen: schakelaar indrukken
of draaien naar stand
.
Knipperlicht- en grootlichthendel
Afb. 37 Knipperlicht- en grootlichthendel.
Hendel in de gewenste stand zetten:
- Rechter knipperlicht: rechter parkeerlicht (contact uitgeschakeld).
- Linker knipperlicht: linker parkeerlicht (contact uitgeschakeld).
- Grootlicht ingeschakeld: controlelampje
brandt in het instrumentenpaneel.
- Grootlichtsignaal: brandt met ingedrukte
hendel. Controlelampje
brandt.
Hendel in basisstand voor uitgeschakeld.
Alarmlichten
Afb. 38 Dashboard: schakelaar voor alarmlichten.
Ingeschakeld, bijvoorbeeld:
- Bij het naderen van een file
- In een noodsituatie
- Wagen staat stil wegens pech
- Bij het slepen of gesleept worden
Binnenverlichting
Afb. 39 Deel van de hemelbekleding: binnenverlichting voorin.
Knop | Functie |
![]() |
Schakelt de binnenverlichting uit. |
![]() |
Schakelt de binnenverlichting in. |
![]() |
Portiercontactstand.
De binnenverlichting gaat automatisch aan wanneer de wagen ontgrendeld, een portier geopend of de sleutel uit het contactslot genomen wordt. De verlichting gaat na een paar seconden uit nadat alle portieren gesloten zijn, de wagen vergrendeld is of het contact wordt ingeschakeld. |
![]() |
Het leeslampje in- en uitschakelen. |
a) Afhankelijk van de uitvoering.
Ruitenwisser voor en achter
Afb. 40 Bediening van de ruitenwisser en ruitensproeier.
Hendel in de gewenste stand zetten: | ||
0 | ![]() |
Ruitenwissers uit. |
1 | ![]() |
Intervalwissen van de ruitenwissers.
Met de knop afb. 40 A de intervalniveaus (bij wagens zonder regensensor) of de gevoeligheid van de regensensor instellen. |
2 | ![]() |
Langzaam wissen. |
3 | ![]() |
Snel wissen. |
4 | ![]() |
Tipwissen. Kort indrukken, kort wissen.
Houd de hendel langer omlaag ingedrukt zodat het wissen sneller gaat. |
5 | ![]() |
Wis-/was-automaat. Door de hendel naar voren te verplaatsen, wordt de ruitensproeifunctie geactiveerd; de ruitenwissers gaan ook werken. |
6 | ![]() |
Intervalwissen bij de achterruit. De achterruitwisser werkt ongeveer om de 6 seconden. |
7 | ![]() |
Door de hendel in te drukken, wordt de ruitensproeifunctie geactiveerd; de ruitenwisser gaat ook werken. |
De auto starten
Contactslot Afb. 35 Standen van de contactsleutel. Contact inschakelen: sleutel in het contact plaatsen en motor starten. Stuur ver- en ontgrendelen Stuur vergrendelen: contactsleutel verwi ...
Easy Connect
Instellingen in het CAR-menu Afb. 41 Easy Connect: Hoofdmenu. Het aantal beschikbare menu's en de benaming van de verschillende opties voor de menu's hangt af van de elektronica en de uitrusti ...
Zie ook:
Mercedes-Benz C-Klasse. ECO start-stopsysteem uit- of inschakelen
Mercedes-AMG auto's
-
Uitschakelen:
De ECO-toets
indrukken.
Het controlelampje
dooft en het ECO-s ...
Volvo V40. Adaptieve cruisecontrol - snelheid regelen
Om de ACC te starten:
Druk op de stuurknop – op het
instrumentenpaneel (8) gaat een vergelijkbaar WIT symbool branden om aan te
geven dat de adaptieve cruisecontrol stand-by staat.
...